Hygiëne helpt tegen verspreiding van infectieziekten

In coronatijd is het belangrijker dan ooit om onze handen goed te wassen of te desinfecteren. Er zijn echter vele andere momenten waarbij extra aandacht voor hygiëne noodzakelijk is. Een voorbeeld hiervan is tijdens voedselbereiding. Door goed te letten op hygiëne kan de verspreiding van infectieziekten, zoals COVID-19 of griep worden voorkomen.

Hygiëne wordt toegepast om ziekte te voorkomen. Als men bijvoorbeeld tijdens het bereiden van voedsel dit niet nauwlettend in het oog houdt dan kan iemand ernstig ziek worden. Tijdens zo’n moment is het dan ook essentieel om zo hygiënisch mogelijk te handelen. Dit betreft alle maatregelen om de gezondheid te beschermen.

Andere momenten waar men extra dient te letten op de hygiëne zijn bijvoorbeeld bij het gebruik van het toilet of bij de omgaan met vuil wasgoed of vuilnis. Verzorgen van een zieke huisgenoot of huisdieren. Bij het hoesten, niezen of neus snuiten.

Het is niet alleen belangrijk om handen te wassen. Oppervlakten die vaak worden aangeraakt, dienen ook goed schoongemaakt te worden. Dit om kruisbesmetting te voorkomen.

Besmetting

Stel iemand is besmet met corona. Het virus zit dan bij diegene in de longen. Als er vervolgens geniest wordt, dan komt het virus op de handen terecht. Door een andere hand te schudden of een oppervlakte aan te raken, komt het virus hierop te zitten. Als een andere persoon hier vervolgens mee in aanraking komt en of zijn of haar hand het gezicht raakt, kan het virus naar binnen. Door handen te wassen wordt het virus eraf gehaald.

Tijdens deze pandemie dienen eigenlijk alle oppervlakten die aangeraakt worden direct daarna schoongemaakt te worden. Het is echter ondoenlijk om bij iedere aanraking of bezoek de plek te reinigen. Door regelmatig goed schoon te maken of te desinfecteren kan een besmetting worden voorkomen. De standaard schoonmaakmiddelen kunnen hier prima voor gebruikt worden.

Verschil tussen virus en bacterie

Infectieziekten worden veroorzaakt door blootstelling aan virussen en ziekteverwekkende bacteriën. Deze virussen en bacteriën kunnen gevaarlijk zijn voor de gezondheid.

Het grote verschil tussen een virus en bacterie is dat een bacterie een levend eencellige micro-organisme is. De cel kan zich delen en zich zo razendsnel vermenigvuldigen.

Een virus is geen organisme. Het heeft geen eigen cellen en is afhankelijk van de gastheer. Een virus komt het lichaam binnen via bloed of speeksel en nestelt zich in een bestaande lichaamscel. Eenmaal genesteld in de cel neemt het virus de cel over om zich, net als de bacterie, te vermenigvuldigen.